Home
dichters
jaarlijsten
bronnen
COLOFON

Behorend tot: jaaroverzicht 2014                                                      versie: 17-09-2014

Dichter:
Joost Zwagerman
Titel:
Voor alles
Uitgeverij:
De Arbeiderspers, Amsterdam
Jaar van verschijning: 2014
Omvang: 80 p.

ISBN: 978 90 295 8881 2

Bijzonderheden: -








Google over dit boek



Een door de NPE-redacteur gekozen gedicht uit deze bundel:


 

Hart, hop

Die nacht had ik zeven mooie hoofden
die ik naast mijn ene leven legde op de kast.
Uit: Bekentenissen van de pseudomaan


Eerst het hart, de teerste spier. Bitterzoet orgaan.
Driehonderd gram bietrode specie. Hoofdbewoner
in de thoraxholte. Frèle vuist die stompt en pompt.
De intiemste vreemdeling achter ons borstbeen.
Het kleine, rozerode waterbed waarop we 
springend naar een zeer intense hemel reiken,
lichaamsdeel dat ritmisch vraagt of onze wereld klopt.
Een gratis drummachine, ons eeuwig lenig vlees.

Dan de hop, goedmoedig lobbige groenwoeker
in de nooit verdwenen binnentuinen van onze jeugd.
Wortelstok die deint in zonlicht van stille sentimenten.
Het alfazuur als kostbaarste aroma, vloeibaar stof
dat uit lupine triomfantelijk miljoenen vaten bier
in drupt. Vruchtkegels onontkoombaar vrouwelijk.
Plant die draadjes rijgt tot aan de oudste horizon.
Verkenner uit de flora die diep in onze harten gist.

Tenslotte de praktijk.
The past is a foreign country, zei ooit die-en-die.
Bier een alles overkoepelend continent –
onbevattelijk ver voor wie te veel in hoofd
verkeert, en verplicht deviant sedeert.
Van hop in ademnood, vuistgrote
krop in keel, terwijl de huid zich poedert
met het rauwste rood. Het malle hart
om het uur in straf en star galop,
struikelen, stuiteren, duikelen, tot
alle hartslag niets dan zweepslag is.

Resteert het hoofd.
Ooit was ik terdege en volmondig Legioen
en had er zeven, nu nog éen, aangezicht
een foute barcode annex hoovercraft:
schijnbaar zwevend, onbecijferbaar.
Hoofd dat zelfgeschapen wetten tart.
Twee zonnen lopen langzaam leeg,
een passant drinkt spontaan een glas.
Alle sterrennevels negeren fluitsignaal,
het zou ook wat, geen kosmos is
ooit groter dan een plastic-zakjestas,
zoals het hoofd past in de holte van
een uitgeholde kies. En dáár weer in,
in het speldgeworden schedeldak,
restanten van het lillend misverstand,
quantumkleine spier, in mondwater
uitgekookt, lauw en blauw: het hart.


© Joost Zwagerman, 2014

naar boven

Pagina aangemaakt: 17-09-2014.


  Deze pagina is mede mogelijk gemaakt door:



Vrienden van de Nederlandse Poëzie Encyclopedie

partners

© Joost Zwagerman / De Nederlandse Poëzie Encyclopedie, 2014

Webdesign Revan Barlas