Home
dichters
jaarlijsten
bronnen
COLOFON

behorend tot: jaaroverzicht 1949

Dichter:
Victor E. van Vriesland
Titel:
Drievoudig verweer
Uitgeverij:
Querido, Amsterdam
ISBN: -
Jaar van verschijning: 1949
Omvang: 230 p.
Hardcover.
Tweede druk als paperback c. 1960.

Google over dit boek






Rechts: omslag 1ste druk, 1949

Bevat de bundels Voorwaardelijk uitzicht, 1929; Herhalingsoefeningen, 1935; Vooronderzoek, 1946, aangevuld met 'Transfusies' - vertalingen van Charles d'Orleans, John Donne, Friedrich Gottlieb Klopstock, Johann Ludwig Uhland, Joseph Carl Benedikt von Eichendorff, Friedrich Rückert, August von Platen Hallermunde, Nicolaus Lenau, Eduard Mörike, Alfred Tennyson, Conrad Ferdinand Meyer, Algernon Charles Swinburne, Paul Verlaine, Ernst von Wildenbruch, Robert Louis Stevenson, Jean Moréas, Albert Samain, Alfred Douglas, Iwam Gilkin, Paul Valéry, Rainer Maria Rilke, Rupert Brooke, Ossip Kalenter en Jean Pourtal de Lavedèze. Alsmede met vier ongepubliceerde gedichten uit de periode 1929-1946.

Rechts: omslag 2de druk, c. 1960

De oorspronkelijke gedichten zijn voor dit werk in chronologische volgorde afgedrukt; het is dus geen één-op-één herdruk van de drie eerdere bundels.

Twee door de NPE-redacteur gekozen gedichten uit Drievoudig verweer, 'Amsterdamsche Bohème' en het tweeluik 'Ontmoeting':

Amsterdamsche Bohème

De bloem der jeugd verflenst aan deze tafels.
De meisjes houden geen moment haar wafels.
De lucht is zwaar en ruikt naar alcohol.
Iedereen twijfelt aan zijn eigen lol.

De vrouwen hier hebben op haar gelaten
Geen spoor van het verleden meer gelaten.
Wij voeren ze verveeld en moe ten dans
Want authentiek is toch heur oogenglans.

Wij zoenen zonder lust elkanders meid,
Verslingeren ons geld en onzen tijd.
Een veeg muziekje begeleidt het dazen
Van leege hoofden boven volle glazen.

Wij weten dat het hier hoogst ongezond is
Wijl 't vaal vertier ontbloot van allen grond is;
Toch tijgen wij getroost weer alle nachten
Hierheen zonder ons zelve te verachten.

Het liefste spreken wij over elkaar.
Beroddelt u mij? dat is geen bezwaar,
Want nauwelijks zult u uw hielen lichten
Of ik zal op mijn beurt van u berichten.

Wij krijgen van elkander nooit genoeg,
Want dit lijkt niet op een gewone kroeg:
Hoe zou ooit het gezelschap gaan vervelen
Van kunstenaars en intellectueelen?

De menschheid schrijdt al bijna ten kantore...
Nòg vullen wíj met Kunst elkanders ooren.
Eén drankje nog; er hangt hier stank en rook;
Wanneer mijn buurman lacht dan lach ik ook.

Ten slotte staan we op het glimmend glad
Asfalt, en ook van binnen nogal nat;
Berooid, maar eigenlijk niet ontevreden,
Dat nu ook deze nacht weer is geleden.

Victor E. van Vriesland
Eerst gepubliceerd als rijmprent, c. 1930; daarna afgedrukt in Vooronderzoek, 1946.
Uit Drievoudig verweer, 1949

terug naar boven



Ontmoeting


I

Plus-que-parfait

Ik heb genoeg om jaren aan te denken
Wanneer ik me op je kleinst gebaar bezin,
En hoe je naar me keek in het begin
En wat je aanhad dien keer bij 't koffie-schenken.

Ik weet nog goed hoe je mijn boek moest krenken
Met de schampre opdracht: “'k Haat die ik bemin”,
't Koel water van je oogen keek ik in,
Citeerend: “'k Sterf, wilt gij, bron, mij niet drenken”.

Twintig jaar later. Of je niets meer heugt
Groet je me nuffig, op lijn veertien wachtend,
Terug. Je man fluistert, duidlijk genoeg:

“Wéér zoo'n ongunstig dichter uit je jeugd?”
Hij neemt zijn hoed af, achtloos en verachtend -
Maar weet niet dat ìk kreeg waar híj om vroeg.


II

De Tuinspiegel

Ga nog niet heen. Schaduw van oud verdriet
Leg ik rondom je, sluitend het verschiet
Als in een lagen tuin, omgroeid van hagen.
Dan weet je eerst, waarom eens je me verliet.

En in het midden van zijn paden staat
Een tuinspiegel. Daar zal je je gelaat
Je met verwrongen trekken aan zien klagen
Totdat je wankelende verder gaat.

Vergeefs: ze staan al achter op 't balcon
Dat langzaam in de bocht verdwijnt. O kon
Ik nu maar zwaaien, schreeuwen, vloeken, rennen.

Nu mag zij nooit meer haar verleden kennen....
En ik zal, schuiflend naar mijn horizon,
Aan 't daaglijksch glas en leven wel weer wennen.


Victor E. van Vriesland
Uit Drievoudig verweer, 1949

terug naar boven


deze pagina is mede mogelijk gemaakt door:



© Erven Victor E. van Vriesland / De Nederlandse Poëzie Encyclopedie, 2012

Webdesign Revan Barlas