Home
dichters
jaarlijsten
bronnen
COLOFON

Behorend tot: jaaroverzicht 1998                                                      versie: 03-09-2013

Tijdens en na de verschijning van Double Talk Too. Rapoëzie (de Arbeiderspers, 1998) lieten verschillende mensen kritische geluiden horen. Onderstaand een selectie, versneden met een contemporain reclamebericht uit het NRC Handelsblad.




Bart FM Droog. Pamflet [uitgedeeld bij boekpresentatie Double Talk Too te Paradiso, Amsterdam], Rottend Staal Publicaties, Groningen, 24-04-1998.
Bart FM Droog. 'Met de botte bijl'. 98/8. Vera Krant, [Groningen], 30-04-1998.
Alex Burghoorn. 'Onbewust bijzonder gespelde woorden'. De Volkskrant, 01-05-1998.
? 'Double Talk Too. Rapoëzie'. NRC Handelsblad, 01-05-1998.
Ruben van Gogh. 'In de marge van de rap'. Algemeen Dagblad, 22-05-1998.
Bart FM Droog. 'Meest slordige bloemlezing ooit'. Nieuwsblad van het Noorden, 22-05-1998.
Adriaan Jaeggi. 'Dubbelpraat'. De Groene Amsterdammer, 27-05-1998.

Zover de NPE bekend heeft noch de samensteller noch voorwoordschrijver Komrij zich ooit verweerd tegen de kritieken.

naar boven




  OPMERKINGEN BIJ DOUBLE TALK TOO

Door Bart FM Droog. Pamflet uitgedeeld bij boekpresentatie Double Talk Too, Paradiso, Amsterdam, 24-04-1998

Drie dagen geleden kreeg ik de drukproeven van Double Talk too toegestuurd. Net op tijd om het boekwerkje uitvoerig te bestuderen en van enige opmerkingen te voorzien.

In de inleiding lees ik: 'Double Talk too biedt de lezer een tweede selectie teksten van marginale stemmen uit de Europese rapscenes.'

Aha! Eindelijk weet ik dan wat ik ben: een marginale stem uit een Europese rapscene. Ik was al een beetje confuus na lezing van de persberichten die aan de presentatie voorafgingen. In dit materiaal zag ik mezelf omschreven als postmodern dichter, hiphoppoet, performing poet, Poetry in Motion, Spoken Words en rapper. Zeer verwarrend voor iemand die zich hooguit als Dichter uit Epibreren bestempelt, doch doorgaans genoegen neemt met de benaming dichter.

Het is natuurlijk uiterst merkwaardig dat een samensteller van een dichtbundel met literaire gedichten - want zo wordt Double Talk too gecategoriseerd door de Arbeiderspers -  zoveel disrespect en minachting voor de rappers en dichters waarvan werk in deze bundel staat afgedrukt in het voorwoord ten toon weet te spreiden, maar desalniettemin wil ik hem bij deze bedanken voor de verlossing uit mijn onwetendheid. Ik weet nu tenminste wie of wat ik ben: een marginale stem uit een Europese rapscene. Maar deze bestempeling roept terstond een vraag op: wat leert deze bundel me van de Europese rapscenes?

De goedwillende lezer steekt weinig op van deze bundel, en de rappers en dichters erin. Geen biografieën, geen biblio- of discografieën, geen verklarende woordenlijst die het rap-eigen idioom verklaart (en zeker voor de Engelstalige raps hoogst leerzaam zou kunnen zijn).

Ook zou die lezer de indruk kunnen krijgen dat er alleen in het Engels, Frans en Nederlands gerapt wordt.

Waar zijn de Duitstalige raps? Het Duits vormt immers het grootste taalgebied in Europa, en is een taal die in Midden- en Oost-Europa de rol vervult van het Engels in West-Europa. En ik weet waarover ik spreek: met zekere regelmaat reis ik door of in het Duitse taalgebied, en ik weet dat er een bloeiende Duitstalige rap-scene bestaat. 

En waar zijn de Nederlandse dichters? En dan bedoel ik niet Gerrit Komrij met zijn verhelderende en enthousiasmerende voorwoord, maar ik bedoel de dichters die met gedichten in de taal die zij beheersen staan afgedrukt.

Waar zijn de teksten van Serge van Duijnhoven en Olaf Zwetsloot, de twee mensen die zich bij uitstek hebben ingezet voor literaire aandacht voor rapteksten? En waar zijn Ruben van Gogh, Arjan Witte, Hagar Peeters? Allemaal dichters die zich meer dan ik in hun gedichten bedienen van een rap-verwant ritme. Waar zijn ze?

Maar bovenal, waar zijn op dit festival de dichters? Want het festival wordt aangekondigd als een rappend poëzie-festival.

Over mijn rol in deze: ik ben een dichter. Wellicht een marginale (dank jewel, Emerald Beryl, voor deze lovende bestempeling), maar zeker geen dichter of rapper uit de Europese rap-scene.

Ik werd in december gevraagd een gedicht te leveren voor Double talk too, een gedicht dat op de een of andere manier iets met rap te maken zou moeten hebben. Ik ben een groot voorstander van kruisbestuivingen. Deze voorkomen inteelt.

Dus dacht ik na. Ik beschouw rap in de eerste plaats als een uitwas van de Amerikaanse cultuur, een zeer cultuurgebonden onderdeeltje van het grote geheel. Dat ik niet de enige ben die daar zo over denkt, blijkt uit de vele Engelstalige raps die in Double Talk too staan afgedrukt. Nu heb ik niets met rap. Liedteksten schrijven kan ik niet. Maar dat hindert niet. Want waarom naar een klein onderdeeltje kijken als het - zoals altijd - gaat om het hogere.

Dus dacht ik na in hoeverre ik in mijn leven met de Amerikaanse cultuur te maken heb gehad en schreef het gedicht 'Neverland'. Gewoon een gedicht: geen raptekst, geen rappoëzie.

Ik ben een groot voorstander van duidelijkheid. Over Double Talk too (festival en boek) valt slechts dit te zeggen: het werkt de verwarring in de hand.

Te vaak ben ik de laatste tijd gebeld door organisatoren die rappoëten wilden boeken, en door Double Talk dachten dat ik mij als zodanig manifesteerde. Ik heb ze keer op keer moeten teleurstellen.

Op middelbare scholen moeten tegenwoordig leerlingen de reclameteksten uit Double Talk (I) analyseren, als zijnde literaire teksten. Liedteksten (met hun eigen wetten) worden tot literatuur bestempeld, en leerlingen krijgen hele lesprojecten over rap in lessen Nederlands voorgeschoteld. Het kan zijn dat ze tegen-woordig bij muzieklessen gedichten behandelen, maar daar heb ik een hard hoofd in.

Het gevolg van dit bizarre 'rap tot de nieuwe literatuur verheffen' is dat de schaarse ruimte voor daadwerkelijke Nederlandse poëzie nog meer verkleind wordt. Zie de programmering van Double Talk Too: op de eenendertig acts één Nederlandstalige dichter (Wieringa) en één Engelstalige dichter (Ninvalle).

Hoezo poëzie-festival?

 

naar boven


  MET DE BOTTE BIJL 98/8

Bart FM Droog. Vera Krant nr 1998/8, [Groningen], 30-04-1998.

(...) De volgende dag reisde ik af naar Paradiso te Amsterdam (Noord-Holland), als slachtoffer van een Amsterdamse sick joke, namelijk het bericht van Paradiso/De Arbeiderspers dat er een persconferentie zou zijn vanwege het verschijnen van de bundel Double Talk Too (Arbeiderspers, ƒ20,00). Aangezien ik zelf met een gedichtje ben opgenomen in dit boekwerkje, en ik met vele vragen zat over dit stupide project, wilde ik die persconferentie wel bijwonen. Maar wat geschiedde? De persconferentie bleek niets meer dan een ronkende reclamepraat van een Arbeiderspers-redacteur die voornamelijk zichzelf op zijn borst klopte. De mogelijkheid tot vragen stellen werd niet geboden. Wat nou persconferentie?

Ziedend reisde ik terug naar Groningen. Niet alleen had ik een dag verspild met een nutteloze reis naar Amsterdam, ook het bundeltje maakte me boos. De samensteller had zijn inleiding in het boekje besloten met: Double Talk Too: een verzameling teksten van marginale stemmen uit de Europese rap-scenes. Niet alleen is deze bewering onwaar (ik noch Gerrit Komrij noch Tommy Wieringa komen uit de rapscene), bovenal is dit 'statement' een zware belediging voor de rappers en dichters die bijdragen hebben geleverd aan dit boek wat nooit uitgegeven had mogen worden.

Dus lezers, wacht met kopen van Double Talk Too tot het in de ramsj ligt, of besteed je geld liever aan het eigen boek van Def P over tien jaar Osdorp Posse - als je geïnteresseerd bent in het lezen van Nederlandstalige raps. Bovendien krijg je bij dit boek de cd 'Oud en Nieuw' van de O.P. (10 Jaar O.P. en het ontstaan van de Nederhop door Def P. Uitgeverij Djax, ISBN 90-901154-9-8, ƒ59,90, inclusief cd). Wie de bijdrage van Gerrit Komrij aan Double Talk Too wil lezen, kan het best naar de bibliotheek gaan en daar de Trouw van zaterdag 18 april opzoeken, waar zijn tekst over rap & poëzie integraal in staat afgedrukt. Mijn bijdrage aan Double Talk Too is komend najaar ook aan te treffen in de bundel Deze Dagen (Uitgeverij Passage) en Gylan Kains fraaie gedicht valt te beluisteren op een onlangs verschenen cd. Kortom: weg met Double Talk Too!

Maar de nationale pers laat zich graag verneuken, dus stonden de kranten de volgende maandag weer bol van berichtgeving over Double Talk Too. (...)

(Bart FM Droog, Vera krant #8, 30-4-98)

 

De gesignaleerde krantenberichten waren impressies van het festival, waar voornamelijk rapacts optraden.

naar boven

  ONBEWUST BIJZONDER GESPELDE WOORDEN

Alex Burghoorn. De Volkskrant, 01-05-1998

De vorige week verschenen 'rapoëzie'-bundel Double Talk Too staat bol van woorden die de ogen van een taalpurist pijn doen. Sla een willekeurige pagina op en je struikelt over woorden als huishouwen, integritijd, politie buro en ritmysch.

'Die bijzondere spelling is een bewuste keuze van de rappers', aldus Gert-Jan de Vries, poëzie-redacteur van de voor de bundel verantwoordelijke uitgeverij De Arbeiderspers.

Maar geldt dat ook voor kweste (kwestie) en shoot (schoot) uit 'het beest in mij/in 't heetst van de strijd' van de Amsterdamse Nederhop-groep Spookrijders? En moet het niet 'met twee moederneukende zoetjes' zijn in plaats van moederneukend zoetjes (uit 'Moeder Neukend Kopje T.' van Loco-Motief)?

'Dat zijn geen gebruikelijke fouten', erkent De Vries. 'De bundel is snel gemaakt. Desondanks hebben wij er alle aandacht voor gehad.' Je kunt zeggen: de organisatie van Double Talk kwam veel te laat met de opdracht. 'Maar dat klinkt erg onaardig', zegt De Vries.

Def P. heeft geen grote klachten over de bundel. Een missertje, maar dat kan ook aan zijn handschrift hebben gelegen. Maar het is toch vanzelfsprekend dat een redacteur die een handschrift niet goed kan lezen, even opbelt om te controleren? Def P.: 'Als je het handschrift van sommige rappers ziet dan blijf je bellen.'

Dichter Tommy Wieringa neemt het iets minder licht op. Afgelopen weekeinde wees hij het Double Talk-publiek op drie fouten die in zijn in de bundel opgenomen gedicht 'Omen' staan. 'Per fax heb ik drie correcties doorgegeven op de eerste versie die ik had ingeleverd. Maar daar is niets mee gedaan en dat vermindert het plezier van de publicatie behoorlijk.'

De Vries zegt dat hem die fax nooit heeft bereikt. 'Dat is meer een zaak van de samensteller Emerald Beryl. 'Wij hebben de teksten slechts aangeleverd gekregen.' Beryl is niet voor commentaar bereikbaar. 'Hij moet vast even bijkomen van het festival', zegt een medewerker van Paradiso, waar hij kantoor houdt.

 

naar boven

  DOUBLE TALK TOO. RAPOËZIE

NRC Handelsblad, 01-05-1998. 

Vervolg op de bloemlezing Double Talk. Verschenen ter gelegenheid van het gelijknamige festival dat vorig weekend voor de tweede keer plaatsvond in Paradiso en Frascati. De bundel bevat werk van uiteenlopende auteurs als White Wolf, Osdorp Posse en Yukkie B. En zoals Gerrit Komrij het in zijn voorwoord zegt: 'Rappers hebben de poëzie door mond-op-mond-beademing op het nippertje gered. De poëzie zal van binnenuit worden geëlectrificeerd en nooit meer dezelfde zijn'.

 

naar boven

  IN DE MARGE VAN DE RAP

Ruben van Gogh. Algemeen Dagblad, 22-05-1998.

Poëzie. Emerald Beryl en Gerrit Komrij: Double Talk Too, rapoëzie. Arbeiderspers, 100 blz, ƒ20. ISBN 9029513535

Vorig jaar was er even een hype rond rap & poëzie. In het kielzog van het Double Talk festival en het verschijnen van de gelijknamige bundel, met rapteksten en gedichten geïnspireerd op rap, werd wanhopig gezocht naar een rel tussen dichters en rappers.

Dichters moesten plotseling een uitspraak doen over rap als poëzie, terwijl zij liever gedichten maken. Rappers moesten iets zeggen over het poëtisch gehalte van hun teksten, terwijl zij bij voorkeur vette beats genereren.

De tweede editie van het Double talk festival ligt achter ons en heeft geleid tot een nieuwe bloemlezing: Double Talk Too. Waar in de eerste bundel nog sprake was van rap & poëzie, heet het bij Double Talk Too rapoëzie. Mocht er in het geniep toch een strijd zijn geweest, dan hebben de dichters die verloren. Slechts twee wisten door te dringen tot de burelen van samensteller Emerald Beryl.

Een kleine rel was er wel bij het verschijnen van Double Talk Too. De samensteller en de dienstdoende redacteur van de uitgever wezen elkaar aan als verantwoordelijk voor de vele spelfouten. Check this out, zeggen rappers niet voor niets. Ze hadden beiden beter moeten weten, ook de vorige bundel zat vol fouten. Houd je het op 'taal van de straat', dan kom je niet ver. Je kunt wel spreken in de taal van de straat, maar schrijven gaat nu eenmaal altijd volgens de regels van het schrift.

Een goede grap zijn het refrein en de titel van Brainpowers bijdrage: Integritijd. 'Integritijd, tijd voor integerheid / met bovenaan nog altijd de creativiteit.' Hier wordt een knipoog gegeven naar het dilemma van rap op papier: rap is geschreven voor de microfoon. Poëzie als stem, zoals Gerrit Komrij in zijn inleiding schrijft.

Een raptekst lezen blijft een moeilijke bedoening. Door de stortvloed van woorden, die alleen op rijm, ritme en klank samenhangen, krijg je bijna een stilstand in de ontwikkeling van het verhaal. een verhaal dat samengevat kan worden met: luister naar mij, ik ben de beste met de vetste beats. Voor de luisteraar zal dat ongetwijfeld klinken als een klok, voor de lezer leidt het tot soms postmoderne, hermetische teksten.

En wat doen de twee dichters in deze bundel? Tommy Wieringa gebruikt in zijn bijdrage de klank en herhalingsrijkdom van de rap en Bart FM Droog de rauwe beeldtaal. Daar ligt de waarde van rap voor poëzie: de vrijheid waarmee rappers de taal gebruiken, en soms ook misbruiken, moet bijna als een openbaring werken voor vastgeroeste dichters. Lekker ongegeneerd met rijm en klanken spelen.

Toch wat geleerd van die 'marginale stemmen uit de europese rapscenes'.

 

naar boven

  MEEST SLORDIGE BLOEMLEZING OOIT

Bart FM Droog. Nieuwsblad van het Noorden, 22-05-1998

De op 24 april verschenen bundel Double Talk Too staat niet alleen bol van de woorden die de ogen van een taalpurist pijn doen (De Volkskrant, 1 mei '98), maar bevat tevens zoveel spel-, type- en redactiefouten dat de bundel de indruk wekt in elkaar geflanst te zijn om mee te dingen naar de Guinness Book of Records-vermelding voor meest slordige bloemlezing ooit.

Zo treft de lezer 'hij word' aan naast 'wordt ik'. Punten, vraag-tekens, hoofdletters verschijnen op plaatsen waar je ze totaal niet verwacht. Namen van rappers en dichters zijn verkeerd afgedrukt. Enige informatie over de gebloemleesden in de vorm van biblio-, bio- of discografieën ontbreekt. En ga zo maar door.

Niet alleen is de bundel - die in deze staat nooit uitgegeven had mogen worden - prutswerk van De Arbeiderspers en haar poëzie-redacteur Gert-Jan de Vries alsmede van samensteller Emerald Beryl, ook de voorbereiding kenmerkte zich door knulligheden en stommiteiten.

Zo kreeg ik anderhalf week voor de presentatie enkele faxen van de samensteller, waarop vermeld stond dat werk van Arjen (! - lees: Arjan) Witte in de bundel opgenomen zou zijn. In de bundel niets van Witte.

Mijn collega-dichter uit Epibreren Tjitse Hofman kreeg mondeling de toezegging dat werk van hem zou worden opgenomen - geen gedicht van hem staat in de bundel. Waarschijnlijk om het geblunder bij Double Talk (I) te compenseren: toen vernam hij eerst uit de pers dat werk van hem hierin was opgenomen.

Def P. wist - tot ik hem, twee dagen voor de verschijning van de bundel, op de hoogte bracht - niet welke raptekst van hem opgenomen was.

Als klap op de vuurpijl het denigrerende voorwoord: Double Talk Too biedt de lezer, als vervolg op de bloemlezing Double Talk, Rap & Poëzie, een tweede selectie teksten van marginale stemmen uit de Europese rapscenes.

Wie dit letterlijk neemt komt tot de opzienbarende conclusie dat o.a. Gerrit Komrij, Menno Wigman, Ruben van Gogh, Serge van Duijnhoven - kortom, de dichters waarvan werk in een van de twee Double Talks staat afgedrukt - marginale stemmen uit de Europese rapscenes zijn. Hoe absurd kan je gaan?

Double Talk Too bewijst ook de onzinnigheid van het non-issue 'rap en poëzie', hetgeen nu al twee jaar met zekere regelmaat in de media opduikt. Wie ook maar iets weet van de rap-wereld, beseft dat het begrip 'respect' hierin essentieel is.

Double Talk Too is zonder een greintje van respect in elkaar gezet. Double Talk is een zeepbel, tot zulke proporties opgeblazen dat menigeen zich er door in de luren heeft laten leggen, waaronder het merendeel van de Nederlandse pers.

Onderwijl zeggen de betrokken dichters en rappers: 'rap is rap en poëzie is poëzie. Beide genres moeten op hun eigen merites beoordeeld worden. Zo simpel ligt de zaak'.

Maar voor enkelen is geld te verdienen aan het opblazen en in stand houden van de zeepbel. Dat ze daarmee de ruimte voor Nederlandse poëzie verkleinen zal ze worst wezen: eerst komt het vreten, dan de moraal.

(Bart FM Droog is dichter en mede-samensteller van de bloemlezing Het Hogere Noorden - poëzie uit Groningen (Passage, 1997). Werk van hem is opgenomen in zowel Double Talk, Rap & Poëzie als in Double Talk Too)

 

naar boven

  DUBBELPRAAT

Adriaan Jaeggi. De Groene Amsterdammer, 27-05-1998.

Als je al bij het oppakken denkt: 'Godskolere, wat een lelijk kreng van een boek', dan heeft iemand zijn werk heel goed of heel slecht gedaan. Ik dacht het elke keer als ik keek naar een knaloranje exemplaar van de bundel Double Talk Too, Rapoëzie. Het boek is uitgebracht ter gelegenheid van het Double Talk-festival in Paradiso, een 'rappend poëziefestival van internationale allure'. Het wil 'de grens tussen jeugdcultuur en salontafelliteratuur' betwisten, en wel in 'bijtende zinnen en opzwepende strofen'. Zo'n uitgeversblurb kun je overslaan, maar dan kom je terecht bij het voorwoord van de samensteller, iemand die zich Emerald Beryl noemt, en dan ben je nog verder van huis. Hij heeft het over 'intertextualiteit en ambivalentie', 'interpretatie en classificatie' en de 'nieuwe autonome verbale orde' die in hiphop & rap te vinden zou zijn. Het werkt nogal komisch als je dan op zoek gaat naar de intertekstualiteit achter: 'If the heart beats bigger than the body / The mouth is my silent mate / Alleen met jou en een natte slip / Stuur je teksten naar mijn spleet'.

Na het voorwoord volgt een essay, Rappers en dichters, geschreven door Gerrit Komrij. Het is waarschijnlijk het slechtste dat Komrij ooit heeft geschreven. Het is zelfs zo allemachtig slecht dat we eraan moeten twijfelen of het wel van Komrij is. Het lijkt me onwaarschijnlijk dat die een zin uit zijn pen zou krijgen als: 'Wat voor het decadente eind van de negentiende eeuw de zweepslag was, is voor het eind van de twintigste eeuw de zigzag.'

Ook zie ik Komrij in nuchtere staat niet een stelling poneren als: 'De taal is het tweede grote specifieke ding.' Zulke nietszeggendheid lijkt me eerder afkomstig uit het Tehuis voor Onbesuisden waar al jaren jonge semischrijvers rondkuieren. Halfbloed kunstenaars die graag willen dat hun kunsten - teksten schreeuwen met een stevige beat eronder, het ritmisch bederven van elpees (scratching) en het overschrijven van andermans teksten (sampling) - erkend worden als 'echte' literatuur.

Het is me altijd weer een raadsel waarom ze dat zo graag willen. Waarom moet er zo nodig een verbinding gemaakt worden tussen poëzie en rap? Waarom moeten teksten die overduidelijk niet bestemd zijn om gelezen maar om gebruld, gerapt, gesproken te worden, opgenomen worden in een bundel? En, even afgezien van het feit dat hij dat essay dus niet geschreven heeft: waarom heeft zo'n bundel de naam van een ouwe lul als Komrij nodig?

Het lijkt me dat de meeste vertegenwoordigers van de Nederlandse literaire hiphop een stevig minderwaardigheids-complex hebben. Het is nergens voor nodig, want in deze bundel staan een paar grappige raps en één goed gedicht, van Tommy Wieringa. Dat je zo'n gedicht ook hardop kunt voorlezen terwijl de muziek te hard aan staat, zou volgens de makers van de bundel betekenen dat 'de rappers de poëzie door mond-op-mondbeademing op het nippertje gered' hebben.

Jaja. Zo ken ik ook iemand die zeker weet dat de wereld enkel wordt gered van een botsing met de zon omdat hij elke avond zijn pantoffels precies op elf centimeter van zijn bed zet.

 

 

naar boven

Pagina aangemaakt: 03-09-2013.
Bron: Rottend Staal Archief, 1998.


 
Deze pagina is mede mogelijk gemaakt door:



Vrienden van de Nederlandse Poëzie Encyclopedie

partners



© De Nederlandse Poëzie Encyclopedie, 2013

Webdesign Revan Barlas