|
|
|||||
Behorend tot: jaaroverzicht 1940 versie: 20-01-2014
Op blz 136-138 staan kwatrijnen van dichters die, als ze niet met andere gedichten in dit boek voorkomen, in het register ongenoemd blijven. Dat zijn: H. van Elro [= Roel Houwink], Reinier van Genderen Stort, Marie van K., H.W.J.M. Keuls en Erich Wichmann. "TER INLEIDING "Het betreft een strijd, die - behoef ik Het moge mij vergund zijn, aan deze verzameling van Nederlandsche en Vlaamsche gedichten, ontstaan in de eerste helft onzer eeuw, eenige algemeene beschouwingen te laten voorafgaan. Het tijdstip waarop deze bundel verschijnt, noopt er toe. De volkeren, van wier poëtisch kunnen de saamgebrachte verzen zullen getuigen, ondergaan in deze dagen een der zwaarste (zoo niet de allerzwaarste) beproevingen hunner eeuwenoude geschiedenis, beproevingen, waaruit het hen altijd gelukt is te herrijzen, dankzij de organische hechtheid hunner cultuur. Dit geeft niet slechts troost, het geeft zekerheid van uiteindelijke herrijzenis. (...)
namen als in boek. Bloemlezing onderzocht door: Bart FM Droog, 1999/2012. |
|||||
![]() |
|||||


